blusapparatuur

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het geheel aan toestellen dat men nodig heeft om een brand te blussen
    Tot 2006 hadden we hier alles, brandweermannen, brandweerwagens, blusapparatuur.
    Het aluminium omhulsel is korte tijd bestand tegen intense hitte. Brandweerlieden staan met blusapparatuur paraat om het vuur te kunnen bestrijden als dat nodig is.