Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bobolink

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈboboˌlɪŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) naam van een soort weidevogel , die als trekvogel leeft in Noord- en Zuid-Amerika
    Tropische vogels als katvogel, bobolink en Amerikaanse roodstaart zingen in de bomen, je hoort het zoemen van cicaden.

Etymologie

* van de roep van deze vogel