boe

vrouwelijk (de)/bu/

Wat is de betekenis van boe?

boe betekent: uitroep om iemand aan het schrikken te maken

Betekenis

tussenwerpsel
  1. uitroep om iemand aan het schrikken te maken
  2. uitroep waarmee men zijn afkeuring uit
  3. loeidend geluid van een koe
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) schuur, eenvoudig gebouwtje, vooral geschikt als bergplaats
  2. informeel (Nederlands-Indië) (informeel) aanspreekvorm voor oudere of zorgzame Indonesische vrouw als lid van de huishouding

Voorbeelden van "boe" in een zin

  • Eén keer hadden we de moed bij hem naar binnen te gluren. Hij deed het gordijn opzij, lachte en riep: Boe! Vanaf die dag wisten we het zeker: als je niet uitkeek, at hij je op.
  • ‘Let u allen goed op, het is een leerzaam stuk.’ ‘Boe! Boe!’ klonk het uit het publiek. ‘Wij willen niet leren, wij willen lachen!’
  • Ik stapte af en zei: ‘Stomme koe, je bent een smeerlap.’ Hij spitste zijn oren draaide zijn kop, keek me aan en zei: ‘Boe!’ ‘Ja, je bent een stommeling.’ ‘Boe!’
  • De toegangsdeur der boe zit dus ter zijde en wel dicht bij het woninggedeelte.
  • In 1917 werd een variant van Hoogeveens leesplankje voor Nederlands-Indië uitgegeven. Hierop verscheen (weer van Jetses' hand, maar nu in een meer tropische sfeer) onder meer een ‘oom’ met tropenpak en -hoed, een huis met een grote veranda en een lieve Indonesische ‘boe’ (baboe).

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord 2] van "babu" "baboe" of "bu" "moeder, mevrouw"

Uitdrukkingen

  • boe roepen[1] opzettelijk door een onverwachte kreet laten schrikken[2] luidkeels afkeuring laten blijken[3] loeien
  • geen boe of ba[2] niets wat op een reactie lijkt
  • boe noch ba zeggen[2] blijven zwijgen

Vertalingen

Engelsboo
Spaansea