boede

vrouwelijk (de)/ˈbudə/

Wat is de betekenis van boede?

boede betekent: klein bijgebouw voor opslag van goederen of huisvesting van dieren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein bijgebouw voor opslag van goederen of huisvesting van dieren

Voorbeelden van "boede" in een zin

  • Door deze akte weten we nu dus, uit wat voor kring onze dichter voortkwam: een Bergenvaarder (…) was een koopman die handelsreizen deed naar Bergen in Noorwegen. Deze kooplui, die vooral stokvis importeerden, en als we af mogen gaan op de naam van Vos' huis, ook pelswerk, waren te Amsterdam in een koopliedengilde verenigd; hun ordonnantie of gildebrief dateert van 10 febr. 1539. De meesters hadden een ‘boede’ of kantoor te Bergen; men kon geen meester worden, als men niet eerst twee jaar te Bergen als knecht gediend had of twee zomers voor knecht gevaren had.

Etymologie

*van Middelnederlands "boede", cognaat met boedel, bouwen en en "Bude"