Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boeh

/bu/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. uitroep om afkeuring aan te geven
    ‘Lelijk haar is 't,’ plaagt het ventje. ‘Melkboeren-hondehaar. - Een witkop ben ie. Boeh, lelijke witkop!
  2. uitroep om iemand aan het schrikken te maken
    Zij zwaaiden met de armen en riepen zoiets als ‘boeh!’ om de boze geesten, die hun pad konden kruisen, te verjagen.
  3. loeiende geluid van een koe
    Je hoort er geen verkeer. (…) Alleen zo af en toe boeh... boeh. Koeien.

Etymologie

* (klanknabootsing) ; vergelijk ook boehoe als weergave van huilen en poeh dat spot of verbazing uitdrukt