Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boeh
/bu/
Betekenis
tussenwerpsel
- uitroep om afkeuring aan te geven‘Lelijk haar is 't,’ plaagt het ventje. ‘Melkboeren-hondehaar. - Een witkop ben ie. Boeh, lelijke witkop!
- uitroep om iemand aan het schrikken te makenZij zwaaiden met de armen en riepen zoiets als ‘boeh!’ om de boze geesten, die hun pad konden kruisen, te verjagen.
- loeiende geluid van een koeJe hoort er geen verkeer. (…) Alleen zo af en toe boeh... boeh. Koeien.
Etymologie
* (klanknabootsing) ; vergelijk ook boehoe als weergave van huilen en poeh dat spot of verbazing uitdrukt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek