boei
mannelijk/vrouwelijk (de)/buj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te gevenJe kan maar beter tussen de boeien blijven varen, anders lopen we nog vast.
- een kluister voor hand of voet, een werktuig om iemand gevangen te houden.Doe hem die boei af, hij is geen beest.
Etymologie
*Afkomstig van het Middelnederlandse boeye
Vertalingen
Engelsbuoy, shackle
Fransbouée
DuitsBoje
Spaansboya, grilletes, manillas
Italiaansboa
Turksşamandıra
Zweedsboj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek