boei

mannelijk/vrouwelijk (de)/buj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te geven
    Je kan maar beter tussen de boeien blijven varen, anders lopen we nog vast.
  2. een kluister voor hand of voet, een werktuig om iemand gevangen te houden.
    Doe hem die boei af, hij is geen beest.

Etymologie

*Afkomstig van het Middelnederlandse boeye

Vertalingen

Engelsbuoy, shackle
Fransbouée
DuitsBoje
Spaansboya, grilletes, manillas
Italiaansboa
Turksşamandıra
Zweedsboj