boeking

vrouwelijk (de)/'bukɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reservering van een reis, kamer, enzovoort
    Doordat Joop de boeking als een voldongen wapenfeit beschreef, viel haar doortastende optreden in het reisbureau onder heuse heroïek.
  2. sport (sport) officiële waarschuwing
  3. boekhouding (boekhouding) post, een bedrag, aantal uren of andere administratieve eenheden dat/die geboekt wordt/worden

Etymologie

* van boeken