boerenhuis
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van boerenhuis?
boerenhuis betekent: (kleine) woning voor een agrariër
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleine) woning voor een agrariër
Voorbeelden van "boerenhuis" in een zin
- Van Lienden heeft het historische boerenhuis op zijn terrein al opgegeven. "Het implodeert langzaam maar zeker. De scheuren worden steeds groter, het plafond kwam al vijf centimeter naar beneden. De lekkages door de smeltende sneeuw verergeren die situatie. Het zal tegen de vlakte moeten en er zal uiteindelijk een houten huis moeten komen dat nieuwe aardbevingen kan doorstaan."
- Het is een levenskracht, die zich uit in concentratie en de aandacht voor het eeuwige leven, en het geeft een „monumentale stijl” aan het leven dat in „menig boerenhuis” beter wordt begrepen dan in de „drukke persoonlijkheidscultuur” van de zogenaamde ‘cultuurmens’.
Vertalingen
Engelsfarmhouse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek