boerenkool

mannelijk/vrouwelijk (de)/burə'kol/

Wat is de betekenis van boerenkool?

boerenkool betekent: (bloemplanten) bladgewas (kool)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bladgewas (kool)
  2. groente (groente) sterk gekrulde bladeren van
  3. metonymisch, figuurlijk, voeding (metonymisch), (figuurlijk), (voeding) een stamppot van boerenkool met aardappelen

Voorbeelden van "boerenkool" in een zin

  • De boerenkool groeit maar in een bepaalde tijd.
  • Wij houden erg van boerenkool.
  • Boerenkool met worst.

Etymologie

* In de betekenis van ‘koolsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1778

Vertalingen

Engelscurly kale, kale, borecole
Franschou frisé, potée de chou frisé
DuitsGrünkohl, Grünkohleintopf
Spaanscol rizada
Portugeescouve, couve-de-folhas
Russischкале
Chinees羽衣甘藍
Japansケール
Koreaans케일
Arabischكرنب أجعد
Turkskara lahana
Poolsjarmuż
Zweedsgrönkål
Deensgrønkål