Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boerenperzik

mannelijk/vrouwelijk (de)/burə(n)ˈpɛrzɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) buiten, niet in een kas gekweekte fruitboom van de soort
    De meest populaire van deze rassen is de in Limburg, Zuid-Gelderland en Noord-Brabant algemeen verbreide boerenperzik, bekend als Pierk, Park of Rouwkous.