Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boerenperzik
mannelijk/vrouwelijk (de)/burə(n)ˈpɛrzɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) buiten, niet in een kas gekweekte fruitboom van de soortDe meest populaire van deze rassen is de in Limburg, Zuid-Gelderland en Noord-Brabant algemeen verbreide boerenperzik, bekend als Pierk, Park of Rouwkous.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek