boete
mannelijk/vrouwelijk (de)/'butə/
Wat is de betekenis van boete?
boete betekent: een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan
- (religie) (zelfopgelegde) straf voor (vermeend?) bedreven kwaad
- een (zelfopgelegde) straf die volgt op een moreel verwerpelijke daad
Voorbeelden van "boete" in een zin
- Ik kreeg een boete omdat ik te hard reed met de auto.
- Marcus Smit heeft een flinke boete gekregen omdat hij iemand van buiten de stad gelegenheid had gegeven zijn diensten in de Gids aan te bieden, en dat huis aan de Kalverstraat wordt verhuurd aan iemand die in Amsterdam thuishoort.
- Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren. Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.
- Na het doen van boete werden hem alle zonden vergeven.
- Zij hebben ook publiekelijk boete gedaan voor hun oorlogsverleden en excuses aangeboden voor de misdaden tijdens het naziregime, waarna ze ook staatkundig strenge wetten tegen racisme en haatzaaien aannamen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘(geld)straf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1254
Vertalingen
Engelsfine, penalty, penitence
DuitsBuße
Spaansmulta, penitencia
Poolsmandat, kara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek