boetiek
vrouwelijk (de)/bu'tik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine winkel met modieuze artikelen (vaak een kledingwinkel)Carnaby Street en Kings Road verwierven in de jaren 60 wereldwijde bekendheid als een 'hippe' winkelstraat, waar zich vooral muziekwinkels en kledingboutiekjes bevonden.Zoals gewoonlijk zag zij er weer uit alsof ze rechtstreeks van zowel de kapper als een luxe boetiek kwam.
Etymologie
*afgeleid van het Franse boutique [https://fr.wiktionary.org/wiki/boutique Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsboutique
Fransboutique
DuitsBoutique
Spaansboutique
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek