Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boevenstuk
onzijdig (het)/ˈbuvə(n)stʏk/
Wat is de betekenis van boevenstuk?
boevenstuk betekent: gemene daad, misdaad
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gemene daad, misdaad
- (schertsend) ondeugende daad
Voorbeelden van "boevenstuk" in een zin
- ‘Bijna sympathiek van driestheid’ lazen wij, een tijd geleden, boven het relaas van een of ander boevenstuk. - Het is een zonderlinge tijd.
- Met het bespaarde weekgeld werd de man der schoonmaakster omgekocht om hem in het boevenstuk te helpen.
- Jongens, als we 't Hol maar halen kunnen, zijn we klaar! riepen we elkander toe, als we na een of ander boevenstuk door de politie werden bedreigd. Vijf uitgangen! welk een Dorado voor kattenkwaad uitvoerende jongeheertjes.
Etymologie
*[2] zie ook "Bubenstück"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek