woorden
boek
Start
›
B
›
boffer
boffer
mannelijk (de)
/'bɔfər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand wie alles meezit, een bofkont
een toevallig gelukje, een bof
Etymologie
*afgeleid van boffen
Vertalingen
Duits
Glückspilz
Verwante woorden
boffen
boffers
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← boffen
boffers →