bokkenpoot
mannelijk (de)/ˈbɔkə(n)ˌpot/
Wat is de betekenis van bokkenpoot?
bokkenpoot betekent: (anatomie) elk van de vier ledematen van een mannelijke geit of hert
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) elk van de vier ledematen van een mannelijke geit of hert
- (figuurlijk) benaming voor op ledematen van een bok lijkende benen van een mythisch wezen
- (figuurlijk) aanduiding voor een mythisch wezen met benen die op de poten van een bok lijken, zoals een duivel of een sater
- (gereedschap) kwast waarvan de borstel met een knik aan de steel zit, om plekken te schilderen of smeren die met een rechte steel moeilijk te bereiken zijn
- sierlijke poot van een meubelstuk die onderaan met een ronde verdikking eindigt
- (gereedschap) handvat met een plat afgerond uiteinde, waarmee de nagelriem kan worden teruggeduwd
- staafje in een uurwerk dat ervoor zorgt dat op gezette tijden een geluidssignaal wordt gegeven
- (bloemplanten) (Suriname) sierplant met schijnstammen, , bloeiend met een aar die rode schutbladen heeft{{citeer|web|citaat=
- (bouwkunde) (verouderd) onderdeel van een hijskraan of heistelling, bestaande uit twee schuine palen die bovenaan met elkaar zijn verbonden en scharnierend met de ondergrond zijn verbonden
- (scheepvaart) scharnierende constructie waarmee de mast van een zeilschip kan worden opgezet of gestreken
- (militair) (spottend) benaming voor infanterist of marinier
Voorbeelden van "bokkenpoot" in een zin
- Meestal moet een amulet een gevaar voor de drager afweren, maar welk: een of andere bokkenziekte, een trap van een bokkenpoot, de vrees geofferd te worden?
- Mijn boeken zitten vol met djinns – dat zijn demonen uit de arabische wereld die in waterputten en toiletten huizen – en dit toneelstuk begint al met een visioen van de hel: in de openingsmonoloog vermeng ik de schaduw van de God Pan met het middeleeuwse beeld van de duivel met bokkenpoten.
- Eerst komt de aanval van satan, die bokkenpoot, van buitenaf.
- In vroeger tijden had iedere sluis een eigen onderhoudsmonteur die op geregelde tijden met een emmertje smeermiddel en een bokkenpoot de kettingen smeerde.
- De stoel heeft overhoekse bokkenpoten die als voet een uitgedijde zool hebben.
Etymologie
**[11]: vermoedelijk naar de indruk die het beslag op de hak van een soldatenlaars in de grond achterliet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek