bombarie

vrouwelijk (de)/bɔm'bari/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. nodeloos lawaai en nodeloze ophef
    Met nodeloze bombarie wist de directeur zijn personeel te vertellen dat hij het goed gedaan had.
    Bij circus is bombarie helemaal niet nodeloos, het behoort tot de wezenlijke onderdelen van de circusbeleving.

Etymologie

* In de betekenis van ‘lawaai, ophef’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1720