woorden
boek
Start
›
B
›
bommetje
bommetje
/ˈbɔməcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het zo in het water springen dat men veel water laat opspatten
Eenmaal boven, zei hij: Bommetje! ' Zijn gezicht glom van trots en inspanning.
Verwante woorden
bomma
bomma's
bommel
bommelde
bommelden
bommelder
bommelding
bommeldingen
bommelen
Bommelerwaard
bommels
Bommelsestraat
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Bommershoven
bommetjes →