bommoeder
vrouwelijk (de)/ˈbɔmudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bewust ongehuwde moeder
Etymologie
*(Eigenlijk tautologische) samenstelling van bom (bewust ongehuwde moeder) en moeder.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(Eigenlijk tautologische) samenstelling van bom (bewust ongehuwde moeder) en moeder.