bon
mannelijk (de)/bɔn/
Wat is de betekenis van bon?
bon betekent: stukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet
- een rantsoeneringsbewijs
- een opgelegde boete of bekeuring
- stukje papier waardoor je kunt bewijzen dat je iets betaald hebt
Voorbeelden van "bon" in een zin
- Er zit een bon bij van tien punten.
- De suiker is op de bon.
- Hij kreeg weer een bon voor te hard rijden.
- U kunt het artikel ruilen op vertoon van de bon.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewijsje’ voor het eerst aangetroffen in 1867
Uitdrukkingen
- op de bon gaan — een bekeuring krijgen
Vertalingen
Engelscoupon
Spaanscupón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek