bon

mannelijk (de)/bɔn/

Wat is de betekenis van bon?

bon betekent: stukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet
  2. een rantsoeneringsbewijs
  3. een opgelegde boete of bekeuring
  4. stukje papier waardoor je kunt bewijzen dat je iets betaald hebt

Voorbeelden van "bon" in een zin

  • Er zit een bon bij van tien punten.
  • De suiker is op de bon.
  • Hij kreeg weer een bon voor te hard rijden.
  • U kunt het artikel ruilen op vertoon van de bon.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewijsje’ voor het eerst aangetroffen in 1867

Uitdrukkingen

  • op de bon gaaneen bekeuring krijgen

Vertalingen

Engelscoupon
Spaanscupón