bonbonnière
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌbɔmbɔˈɲɛːrə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden), (snoepgoed) presenteerschaaltje voor bonbons
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, voor het eerst aangetroffen in 1824
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Frans, voor het eerst aangetroffen in 1824