Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bonds
/bษnts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- van bond: "samenwerkingsverband" Categorie:Genitief in het NederlandsNa het stichten des bonds wies hun getal, macht en invloed spoedig.
- (religie) betrekking hebbend op of afkomstig van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk Nederland (vroeger binnen de NH Kerk)
Etymologie
*"bond" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek