Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonds

/bษ”nts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van bond: "samenwerkingsverband" Categorie:Genitief in het Nederlands
    Na het stichten des bonds wies hun getal, macht en invloed spoedig.
  2. religie (religie) betrekking hebbend op of afkomstig van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk Nederland (vroeger binnen de NH Kerk)

Etymologie

*"bond" met de uitgang -s