Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonenbrood

onzijdig (het)/ˈbonΙ™(n)ˌbrot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) baksel uit een deeg van gemalen tuinbonen of paardenbonen, vooral gebruikt als veevoer, maar soms ook gegeten door uitgehongerde mensen
    Volgens de bakker is het een gemiddeld brood. β€žEr ziten veel koolhydraten in, maar verder is het niet erg voedzaam. Wat dat betreft deden onze erwten- en bonenbroden er destijds niet voor onder. Dat waren sowieso geen ongezonde broodjes, maar het was niet lekker."
  2. voeding (voeding) gebak waarin één bruine boon of muntstuk is verwerktDit brood werd voor de viering van Driekoningen gebakken, alle leden van het gezin kregen een snee en wie de "boon" in zijn plak aantrof, mocht die dag de baas in huis (koning) zijn.
    Van der Ven deed ook persoonlijk moeite om enkele teloor gegane tradities weer ingang te doen vinden, zoals de Driekoningenavondviering met het eten van het bonenbrood.