bonenstro
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- weinig waardevolle overblijfselen van de bonenplant na het oogsten van de bonenUit regels als deze blijkt dat Ter Balkt nog steeds de door Weltschmerz gekwelde romanticus is, die tegen de klippen op, soms met ankers van bonenstro, probeert niet uiteen te vallen, die de wereld, de geschiedenis, het leven zin wil blijven geven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek