Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bong

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɔŋ/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. dof dreunend geluid, zoals van een gong of trommel
    En ja, aan het eind van de gang stond Appelwang. Nee maar, die sloeg op een grote gong. Bing... bong... bing... bong...!
    {{ouds
zelfstandig naamwoord
  1. muziek, verouderd (muziek) (verouderd) slaginstrument in de vorm van een cilinder uit stijf materiaal die aan de uiteinden is bespannen met een vel waarop geslagen wordt
    {{ouds
  2. visserij, verouderd (visserij) (verouderd) ronde korf waarin vis wordt gevangen
    {{ouds
zelfstandig naamwoord
  1. waterpijp waarmee marihuana gerookt kan worden
    Een paar seconden later drong het tot Sam door wat het was: een ingewikkelder drugsapparaat dan je normaal ziet. Een bong heette zoiets, hoewel hij nog nooit een bong had gezien die eruitzag als een uniek kunstwerk, zoals deze.

Etymologie

*[B]: via """ van "บ้อง" (bong), dat teruggaat op "भङ्ग" (bhaṅgá) "onder andere: hennep"