bonk
mannelijk (de)/bɔŋk/
Wat is de betekenis van bonk?
bonk betekent: harde klont
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- harde klont
- (anatomie) groot bot
- (overdrachtelijk) stevige kerel
- grote knikker
- dicht met elkaar vergroeide planten of resten van planten
- (geluid van een) doffe stoot
Voorbeelden van "bonk" in een zin
- Er zaten allemaal bonken in het beslag.
- Ik heb de man gezien. Eén bonk vet. Geloof me, met nog geen tien defibrillators had men dat hart weer aan de praat gekregen.
- Wat een bonk van een vent, kwam daar ineens door de deur.
Etymologie
*[6] van "bonken" zonder de uitgang "-en", (klanknabootsing) van een bonzende stoot of van de betekenis 1.
Vertalingen
Engelslump, piece
Spaanspedazo, pieza, trozo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek