Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonkelen

/ˈbɔŋkələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich met dreunend gebons verplaatsen
    Wij bonkelen op onze fietsen over de Kemmelberg.
    Het koperen blakertje waaraan zij bezig was glipte uit haar hand en bonkelde over de tafel.

Etymologie

*(freqtt) "bonken"