bonket
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɔŋˈkɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote knikkerSarah van den Vondel zingt, en speelt‘met bikkel en bonket’.Nog klinkt, om 't kind dat spelende verdween,het vaderlijk geween.
Etymologie
*afgeleid van "bonk" "groot bot" , vermoedelijk omdat knikkers ooit van botten werden gemaakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek