Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonte koningsmierpitta

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie . Het verenkleed is zandbruin met aan de bovenzijde een schubtekening. De vogel heeft lange poten en een korte staart. De lichaamslengte bedraagt 20 cm. Hun voedsel bestaat uit insecten en regenwormen, die ze in de strooisellaag zoeken

Etymologie

*(coll)