Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonusdochter

vrouwelijk (de)/ˈbonʏzˌdɔxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) vrouwelijk kind van een partner uit een eerdere relatie
    Ik spreek in ieder geval niet over mijn stiefdochter, maar over m'n bonusdochter, want zo heb ik haar altijd gezien: als een bonus. Een cadeautje bij mijn verliefdheid.
    Het begon voor ons allebei natuurlijk via mijn vader, maar inmiddels hebben wij ook met zijn tweeën een relatie opgebouwd. Stiefmoeder en stiefdochter vinden we allebei te negatief klinken, dus kwamen we uit op derde ouder en bonusdochter.