bonusverbod
onzijdig (het)/'bonʏsfərbɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) een beperking op het uitkeren van extra beloningen (bonussen) bovenop het basissalaris, vooral aan bestuurders en directieleden van bedrijven, als voorwaarde voor het ontvangen van overheidssteun zoals de NOW-regeling tijdens de coronapandemie, om te voorkomen dat kapitaal wegvloeit en om de financiële stabiliteit te bevorderen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek