boodschapper

mannelijk (de)/ˈbotsxɑpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, verouderd (beroep) (verouderd) iets dat, of iemand die berichten overbrengt naar personen die door de afzender niet rechtstreeks aangesproken kunnen worden, of bereikbaar zijn, door afstand, tijdverschil of slechte onderlinge verhoudingen, tegenwoordig zou men zeggen: koerier
    Wie werd als boodschapper naar het vijandelijke kamp gezonden?
  2. religie (religie) islamitische profeet

Etymologie

* van boodschappen

Vertalingen

Engelsmessenger
Fransmessager
DuitsBote
Spaansmensajero
Zweedsbudbärare, bud