boodschapper
mannelijk (de)/ˈbotsxɑpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (verouderd) iets dat, of iemand die berichten overbrengt naar personen die door de afzender niet rechtstreeks aangesproken kunnen worden, of bereikbaar zijn, door afstand, tijdverschil of slechte onderlinge verhoudingen, tegenwoordig zou men zeggen: koerierWie werd als boodschapper naar het vijandelijke kamp gezonden?
- (religie) islamitische profeet
Etymologie
* van boodschappen
Vertalingen
Engelsmessenger
Fransmessager
DuitsBote
Spaansmensajero
Zweedsbudbärare, bud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek