loper
mannelijk (de)/ˈlopər/
Wat is de betekenis van loper?
loper betekent: (persoon) iemand die loopt of rent
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die loopt of rent
- sleutel waarmee een hele serie verschillende sloten geopend kunnen worden
- woord dat weliswaar in elke zin past, maar weinig zegt; passe-partout(woord)
- (schaak) een schaakstuk dat zich slechts diagonaal verplaatsen mag
- langgerekt stuk vloerbedekking:
- tafelkleed dat als een strook op de tafel wordt gelegd
- (gereedschap) een stuk gereedschap waarmee stoffen op een wrijfplaat fijngewreven worden
- (molenaarsambacht) bovenste, ronddraaiende molensteen
Voorbeelden van "loper" in een zin
- Wie de 10 km niet in circa 60 minuten kan lopen, wordt als beginnende loper beschouwd.
- Overal ter wereld was de lokale bevolking gastvrij en verwelkomde vermoeide lopers met een warme kop thee of een bed voor de nacht.
- De rode loper voor iemand uitrollen.
- Voor het maken verf wrijf je met een loper het pigment fijn.
Etymologie
*van Middelnederlands """ / "lopere", op te vatten als van lopen
Vertalingen
Engelscourier, master key, skeleton key
Franspasse-partout, fou
DuitsLäufer, Generalschlüssel, Hauptschlüssel
Spaansllave maestra, ganzúa, alfil
Italiaanschiave uiversale, alfiere
Russischслон
Turksfil
Poolsgoniec
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek