loper

mannelijk (de)/ˈlopər/

Wat is de betekenis van loper?

loper betekent: (persoon) iemand die loopt of rent

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die loopt of rent
  2. sleutel waarmee een hele serie verschillende sloten geopend kunnen worden
  3. woord dat weliswaar in elke zin past, maar weinig zegt; passe-partout(woord)
  4. schaak (schaak) een schaakstuk dat zich slechts diagonaal verplaatsen mag
  5. langgerekt stuk vloerbedekking:
  6. tafelkleed dat als een strook op de tafel wordt gelegd
  7. gereedschap (gereedschap) een stuk gereedschap waarmee stoffen op een wrijfplaat fijngewreven worden
  8. molenaarsambacht (molenaarsambacht) bovenste, ronddraaiende molensteen

Voorbeelden van "loper" in een zin

  • Wie de 10 km niet in circa 60 minuten kan lopen, wordt als beginnende loper beschouwd.
  • Overal ter wereld was de lokale bevolking gastvrij en verwelkomde vermoeide lopers met een warme kop thee of een bed voor de nacht.
  • De rode loper voor iemand uitrollen.
  • Voor het maken verf wrijf je met een loper het pigment fijn.

Etymologie

*van Middelnederlands """ / "lopere", op te vatten als van lopen

Vertalingen

Engelscourier, master key, skeleton key
Franspasse-partout, fou
DuitsLäufer, Generalschlüssel, Hauptschlüssel
Spaansllave maestra, ganzúa, alfil
Italiaanschiave uiversale, alfiere
Russischслон
Turksfil
Poolsgoniec