raadsheer
mannelijk (de)/ˈratsher/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die advies geeft
- (regering) een adviseur of lid van een adviescollege van een vorst
- (juridisch) in Nederland: een rechter van het gerechtshof of de Hoge Raad; in België een rechter van het Hof van beroep of het Hof van Verbreking (cassatie)
- (schaak) een schaakstuk dat alleen in diagonalen wordt verzetNa de witte raadsheer is nu ook de zwarte geslagen.
- (dierkunde) een duivenras
Vertalingen
Engelsbishop, jacobin
Fransfou, pigeon à capuchon
DuitsGerichtsrat, Mittglied des Obersten Gerichtshofes, Läufer
Spaansconsejero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek