boogschieten

onzijdig (het)/ˈboxsxitə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met een boog schieten
    Hij wilde gaan boogschieten, maar daar kwam weinig van terecht die middag.
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog

Vertalingen

Engelsarchery
Franstir à l'arc
DuitsBogenschießen
Spaanstiro con arco