boogschieten
onzijdig (het)/ˈboxsxitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) met een boog schietenHij wilde gaan boogschieten, maar daar kwam weinig van terecht die middag.
zelfstandig naamwoord
- (sport) een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog
Vertalingen
Engelsarchery
Franstir à l'arc
DuitsBogenschießen
Spaanstiro con arco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek