boomer
mannelijk (de)/ΛbuΛmΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) persoon van gevorderde leeftijd die ouderwetse denkbeelden heeft en afkerig is van vernieuwingenβHet is niet leeftijd, maar gedrag wat je een boomer maaktβ, aldus Japke, die zichzelf sinds haar vijftigste ook als boomer profileert.
Etymologie
*(verkorting) van babyboomer of van """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek