woorden
boek
Start
›
B
›
boomhut
boomhut
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈbomhʏt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een hut gebouwd in een boom
Verwante woorden
Boom
boomaanplant
boomaanplanting
boomaanplantingen
Boomaars
Boomaerts
Booman
boombal
boombalfestival
boombast
boombasten
boombeheer
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← boomhuis
boomhutjes →