woorden
boek
Start
βΊ
B
βΊ
boomplantdag
boomplantdag
mannelijk (de)
/'bomplΙndΙx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
dag waarop om o.a. educatieve redenen veel bomen door particulieren worden geplant
Verwante woorden
Boom
boomaanplant
boomaanplanting
boomaanplantingen
Boomaars
Boomaerts
Booman
boombal
boombalfestival
boombast
boombasten
boombeheer
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
π Synoniemen van boomplantdag
β boomplantacties
boomplantdagen β
Meer woorden met B
baanpersoneel
baatte
babbelzieker
babysit
bacterievrije
baders
badhanddoek
badkamervloer
badkuur
badmintonbond