Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boomvorkje
onzijdig (het)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mossen) een geslacht van thalleuze levermossen uit de boomvorkjesfamilie (). Het geslacht is vernoemd naar de graveur Johann Baptist Metzger uit . De thalli van de mossen uit deze familie zijn, afgezien van de altijd aanwezige hoofdnerf, slechts één cellaag dik. Ze zijn lineair van vorm en vertakken zich in vorken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek