bootee

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbuːti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) lage laars die tot net boven de enkel komt
    De "bootee" blijft in als gemakkelijk en comfortabel schoeisel.
    De reeds zeer populaire "bootee", de warme winterschoen met de elegante lijn. heeft grote opgang gemaakt en volgende winter zal dit soort schoenen in nog grotere variatie op de markt komen.

Etymologie

*van "bootee", in de betekenis "lage laars" aangetroffen vanaf 1959 (zie vindplaats hieronder)