Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boottrekker

mannelijk (de)/ˈbotrɛkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, verkeer, geschiedenis (beroep) (verkeer) (geschiedenis) persoon die een boot voorttrekt langs een rivier of kanaal
    Een ander beeld van den arbeid "De Boottrekker", de slaaf die in alle weer, als een gedaagd lastdier de zware schuit voort trekt. Het lichaam voorovergebogen trekt hij, trekt en trekt tot aan de volgende wisselplaats waar hij den borstriem losmaakt en de jaaglijn overgeeft aan een andere sleeper, (…).
  2. verkeer (verkeer) auto die wordt gebruikt om een aanhanger met een klein vaartuig voort te bewegen
    Als caravan- en boottrekker, of met een paardetrailer aan de haak, kan deze Audi 80 ook het nodige aan.