bordeaux
mannelijk (de)/bɔrˈdo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (oenologie) (als regel rode) wijn uit de omgeving van de Franse stad BordeauxWe mengen twee gelijke delen cabernet sauvignon en merlot in de hoop een bordeaux na te apen.
- bordeauxwijn van bepaalde soort of jaarIn werkelijkheid, zo getuigen waarnemers ter plaatse, is er sprake geweest van een paar glazen Château le Thil Comte Clary, jaargang 1993, met republikeins puritanisme uitgeschonken, want deze bordeaux is nogal aan de prijzige kant.
- glas of fles bordeauxwijnHij dronk zijn bordeaux in een keer leeg.
zelfstandig naamwoord
- diep wijnrode naar paars neigende kleurDe treinen worden groen en paars in plaats van het bordeaux van Thalys.
- bordeauxrode kleurstof of verfstofHet bordeaux is bijna op.
Etymologie
**(n): naar de kleur van bordeauxwijn
Vertalingen
Engelsbordeaux, bourdeaux
Spaansburdeos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek