borgmoer

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɔrxmur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (f)/(m) (werktuigbouwkunde) blokje met een gat dat van schroefdraad is voorzien zodat het op een schroefbout past en vanzelf vastklemt op de bout waardoor deze niet losgedraaid kan worden door trilling

Vertalingen

Engelslocknut