borstholte
vrouwelijk (de)/'bɔrsthɔltə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) lichaamsholte, gevormd door de 12 paar ribben, de 12 borstwervels en het borstbeen
- (biologie) holte tussen wandstandig borstvlies en longvlies
Vertalingen
Engelschest cavity
Franscavité thoracique
DuitsBrusthöhle
Spaanscavidad torácica
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek