boslucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɔslʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de schone lucht van een bos
    De vreugde was daarom vandaag des te groter toen Der Karl een paar stappen in het sprookjesbos zette en de frisse boslucht opsnoof die hem zichtbaar goed deed. Hij glimlachte er zowaar bij. De Telegraaf KIM QUERFURTH 06 mrt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1755979/fans-lagerfeld-raken-niet-uitgesproken-karl-waarom Fans Lagerfeld raken niet uitgesproken: ’Karl, waarom?]
    Hij weet niet beter, zegt hij, dan dat hij in Rekken zat vanwege zijn astmatische bronchitis. Het toen in Amsterdam wonende joch zou van de boslucht opknappen. “Zo heeft mijn moeder het verteld.” Tubantia Lucien Baard 31-12-17 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/oud-bewoner-van-rekkense-inrichtingen-zoekt-lotgenoten-uit-jaren-60~a5d47ed6/ Oud-bewoner van Rekkense Inrichtingen zoekt lotgenoten uit jaren 60]