Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bosranknetwants
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) een wants die behorend tot netwantsen. Hij leeft in bossen en bosranden. Komt alleen voor op bosrank en wordt voornamelijk gevonden op oudere lianen van deze plant. Imago's komen voor van juni tot september
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek