boswachter
mannelijk (de)/'bɔswɑxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een beheerder van een boswachterij- In dat gebied loopt dagelijks een boswachter rond.- Daten in het bos: In de zoektocht naar nieuwe inkomstenbronnen, werkt Staatsbosbeheer nu ook samen met een datingsite. De boswachter leidt singles rond.Bas Tooms NRC 25 april 2016
Vertalingen
Engelsforester
Fransgarde forestier
DuitsFörster, Forstmann
Spaansguardabosque
Turksormancı, orman koruma memuru
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek