boterham

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbotərˌhɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) snee brood
    Zij smeert pindakaas op haar boterham.
  2. voeding (voeding) een snee brood als onder [1], met beleg [2]
    In de pauze eet hij altijd precies één boterham.

Etymologie

* In de betekenis van ‘snee brood’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Uitdrukkingen

  • met tijd en boterhammen
  • een aangeklede boterhameen boterham met veel beleg
  • een boterham met tevredenheideen boterham zonder beleg
  • een [goede] boterham verdienengeld verdienen
  • een afgelikte boterham{{pejoratief|nld

Vertalingen

Engelsslice of bread, sandwich, bread and butter
Franstartine, sandwich
DuitsButterbrot, Brotschnitte, belegtes Brot
Spaansrebanada, rebanada de pan
Italiaansfetta di pane, sandwich
Russischломоть, бутерброд
Turkssandviç
Poolskanapka