botte
/ˈbɔtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) vat, kuip, bak, kan
- (verouderd) draagmand, gevlochten koffer
- (verouderd) laars
- (historisch) werktuig dat werd gebruikt bij het maken van Goudse pijpen
Etymologie
*[werkwoord] bot met de uitgang -te
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek