bouwfirma
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑufɪrma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bedrijf), (bouwkunde) bedrijf dat zich toelegt op het maken van gebouwenDe bouwinspecteur en de projectleider van de bouwfirma gaan bovendien direct om tafel zitten om het hele project door te nemen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek