bouwfirma

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑufɪrma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf, bouwkunde (bedrijf), (bouwkunde) bedrijf dat zich toelegt op het maken van gebouwen
    De bouwinspecteur en de projectleider van de bouwfirma gaan bovendien direct om tafel zitten om het hele project door te nemen.