woorden
boek
Start
›
B
›
bouwhuis
bouwhuis
onzijdig (het)
/'bɔuhœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
bouwkunde
(bouwkunde) een voorgebouw van een feodaal huis zoals een kasteel, borg, havezate of state
Synoniemen
neerhof
neerhuis
nederhof
schathuis
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bouwhoogtes
Bouwhuisweg →